Nadat David een tijdlang geluisterd heeft naar het gevloek en getier van de onbesneden Filistijn Goliath, besluit hij vijf gladde steentjes bij de beek uit te kiezen. Gewapend met niet meer dan zijn slinger en deze projectielen raakt hij even later het Enakskind precies tussen de ogen. Voluit vertrouwend op God - maar waarom dan vijf kiezels? - had hij zelfs geen behoefte aan de helm en het harnas van Saul.